meet



can pep rey



Meet the designer

De rode lichten hebben al lang geleden plaatsgemaakt voor stijlvolle facades en de monumentale panden zijn inmiddels gerenoveerd. Wij snappen precies waarom Humanoid hier haar hoofdkantoor heeft gevestigd.

 

Het moet gezegd, niet iedereen krijgt zomaar een kijkje in de Humanoid keuken. Daarnaast geeft Sandra Harmsen (creatief directeur) niet graag interviews: “Ik vertel graag over het merk Humanoid en de collecties, bij voorkeur op een informele manier. Over mezelf praat ik liever niet.” Ondertussen leidt ze ons rond door het gigantische kantoor en wij vergapen ons aan de prachtige ruimtes. Even daarna strijken we neer op de ruime zolderverdieping. Met een pot thee op tafel kan het interview daadwerkelijk beginnen.

 

 

 

Humanoid werd in 1981 opgericht door Sandra Harmsen en Hans Boelens. Het waren de fabuleuze jaren ‘80, modisch kon je zijn wie je wilde zijn en er was ‘no future’. De punk schalde uit de speakers en het straatbeeld liep over van de beenwarmers, schoudervullingen en opengeknipte sweaters. Sandra ontdekte in die tijd de naaimachine en voor ze het wist maakte ze broeken en rokjes in opdracht. “In het begin probeerde ik maar wat. Ik heb geen academische achtergrond, maar ben gewoon begonnen met naaien. Onder het mom van ‘niet vooruit kijken, maar leven in het nu’.” Ook ondernemen ging grotendeels op gevoel en dit heeft zijn vruchten afgeworpen. Inmiddels is Humanoid een begrip in modeland met collecties in meer dan 25 landen. De collecties worden nog steeds met diezelfde gedrevenheid en passie gemaakt en zijn sterk door hun eenvoud; basic items van mooie stoffen en altijd met verrassende verborgen details.

 

 

   

 

Zoals je mag verwachten steekt het productieproces vandaag iets anders in elkaar dan een ruim kwart eeuw geleden. Iedere Humanoid collectie begint bij de stoffen en daarná wordt er pas ontworpen. Het design team gaat als eerste aan de slag en vervolgens pakken de meiden van het atelier het op. Zij naaien de nieuwe ontwerpen met een proefstof in elkaar. Tuurlijk, de inbreng van Sandra is groot (elk knoopje wordt besproken) maar het blijft teamwork. Het proces eindigt met samples in de echte stof en een (met de hand getekend!) lookbook, bestemd voor onder andere agentschappen en diverse modevakbeurzen. Tijdens het interview stippen we natuurlijk het maatschappelijk verantwoord ondernemen ook even aan. Sandra geeft kort en duidelijk aan dat ze vaak werken met vaste leveranciers, alle stoffen inkopen in Italië en vrijwel de gehele collectie in Europa wordt geproduceerd. “We houden uiteraard de vinger aan de pols, maar in een lange productieketen kan je er niet voortdurend bovenop zitten”, zegt ze. “En we zijn aan de gang gegaan met organische katoen.”

 

 

 

Het valt ons uiteraard op dat Sandra geheel en al is gekleed in haar eigen merk, incluis de oversized Humanoid shawl. Jazeker, ze draagt elke dag iets van haarzelf. “Mijn kast hangt vol met Humanoid, ik ben ook gewoon heel blij met mijn eigen kledingstukken en dan vooral in de zijde en jersey kwaliteit. Dat zit zó comfortabel.”

 

   

 

 

Tot slot willen we natuurlijk alles weten over het splinternieuwe label Ateliers | Humanoid, een halfjaarlijkse speciale collectie. De allereerste Ateliers | Humanoid collectie zal bestaan uit zogenaamde collectables, zeg maar de Humanoid paradepaardjes door de jaren heen. Uiteraard gemaakt in nieuwe stoffen. Maar, er is ruimte voor experiment, dus de volgende collectie kan er weer heel anders uit gaan zien. Rekken gevuld met de collectables omringen ons. Sandra trekt nog snel een jurk met polokraag uit het rek. “Kijk, deze jurk kan je dus aan beide kanten dragen, hè? Voorkant achter, achterkant voor. Gaaf toch?” Heel gaaf. 



Meet the designer

 



Leather



Meet the designer

Kom je aan in Rotterdam, dan word je direct begroet door de vele hoge gebouwen: strak, glanzend en modern. Dit is een waanzinnig interessante stad met een krachtige vernieuwingsdrift – een plek waar alles lijkt te kunnen. Geen verrassing dat het atelier van Monique van Heist hier is gevestigd. We bezoeken haar op een warme zomerse dag in Rotterdam West.

 

Monique staat in de deuropening en meteen zien we één van de vragen op ons lijstje al beantwoord: yep, natuurlijk draagt ze ook haar eigen ontwerpen, elke dag en minimaal één artikel. Het moet gezegd, rokje Linda combineert ook uitermate lekker met een vintage mouwloos T-shirt en een paar slippers. Eenmaal in het atelier is de sfeer relaxed, worden er glazen met water gevuld en de slippers uitgegooid.

 

Monique van Heist (1972) is geboren in het Brabantse Haarsteeg, zit op 8-jarige leeftijd al achter de naaimachine en draagt ook als kind haar eigen ontwerpen (over zelfbewust gesproken). Dat ze in de mode zou belanden is in ieder geval zonneklaar. Na haar studie aan de Academie voor Beeldende Kunst en Vormgeving in Enschede rondt ze een paar jaar later de opleiding Fashion Design ArtEZ met succes af.

 

 

Naarmate haar liefde voor mode groeit, neemt haar onvrede over de mode-industrie toe. Van Heist heeft vooral weinig begrip voor de korte levensduur van trends en wat zij ervaart als de elitaire pretenties van de modewereld. Onder het motto van verander de wereld, begin bij jezelf, start ze in 2009 met het project Hello Fashion. Haar doel is het creëren van een doorlopende collectie van vooral basispatronen waaraan voortdurend ontwerpen worden toegevoegd. Het blijkt een groot succes, want vrijwel geen enkel kledingstuk hoeft met pensioen.

 

Tijdens het ontwerpen heeft ze niet een bepaalde doelgroep voor ogen; het gaat haar om het creëren van een ideale vorm. Zo loopt de inmiddels befaamde Monique van Heist legging al flink wat jaartjes mee en is jas Don onderhand in meerdere stofkwaliteiten verkocht. Natuurlijk, patronen ondergaan soms kleine updates, maar een goed ontwerp blijft een goed ontwerp. Karakter krijgt een kledingstuk vooral door te spelen met stoffen en materialen, stelt Van Heist. Ieder kledingstuk is uiterst persoonlijk, maar tegelijkertijd in staat tot verrassend veel variëteit.

 

 

 

Onlangs hebben 60 kledingbedrijven een convenant gesloten met de belofte zogenoemde eerlijke kleding te verkopen. Als we hierover vragen, reageert ze gedecideerd: “Wat een wassen neus, duurzaamheid is écht meer dan alleen een ingenaaid labeltje van goed gedrag.” Voor haar eigen merk kiest ze voor hoogwaardige (en het liefst ook biologische) stoffen en iedere collectie wordt kleinschalig én in Europa geproduceerd. Restmateriaal wordt doorverkocht of gedoneerd aan een kunstacademie – geen convenant voor nodig.

 

Het gesprek voelt allang niet meer als een interview en als het aan ons ligt babbelen we nog een uurtje door. Maar Monique heeft uiteraard meer te doen en dus vragen we haar op de valreep nog over eventuele ambities. Ze begint te lachen: “Het ontwerpen van het perfecte ondergoed?”